• Weetjes

François Musin: van oesterkweker over uitbater van een ‘beachbar’ tot Oostends marineschilder

Weetjes |
  • #François Musin
  • #schilder
  • #straat oostende

François Musin ken je heel misschien wel van de Frans Musinstraat. Musin was een van de bekendste en meest gewaardeerde marineschilders van de 19de eeuw.

Geboren in het Oostende van 1820. De grootvader van François Musin verlaat Binche door in te treden bij het leger van Napoleon. Lang verhaal kort, na de val van Napoleon belandt grootvader François-Constant Musin in 1816 in Oostende. Diens zoon zet het café op de Keizerskaai (n.v.d.r. huidige Vindictivelaan) verder. Naast café-uitbater is de vader van François ook scheepsbouwer, later oesterkweker en koopman in oesters, vishandelaar en restauranthouder.

François Musin is als kind meer geboeid door schepen dan boeken. Zo tekende hij als kind al in houtskool de Oostendse dokken op de muur.

François Musin ontwikkelde zijn tekentalent verder in de Oostendse tekenschool. Dat in combinatie met boottripjes samen met zijn vader naar Engelse oesterkwekerijen, brengen de jonge Musin al snel tot wat ook de rode draad zal blijven in het merendeel van zijn werk.

Van de Oostendse tekenschool trekt hij naar de Brusselse academie. Na zijn studies werkt hij even voor een Brusselse medicus, professor baron Seutin. Voor wie Musin tekeningen maakt van het menselijke lichaam als illustratie voor de studenten. Niet onbelangrijk detail, Seutin is ook de lijfarts van onze eerste koning Leopold I. Het is onze vorst die twee schilderijen van Musin koopt en hem op die manier ‘lanceert’ als kunstenaar.

Wanneer Musin trouwt komt hij met zijn vrouw en zoon vanuit Brussel terug in het ouderlijke huis op de Keizerskaai in Oostende wonen. De oesterkwekerij laat hij in handen van zijn broer en het restaurant van de familie palmt hij in als tentoonstellingsruimte. Toen de huidige Visserskaai in 1885 wordt aangelegd, verdwijnt het ganse gebouw.

Dat de François Musin het ondernemersgen geërfd heeft blijkt ook uit het feit dat hij in 1852 een concessie verwerft in de duinen waar hij een houten paviljoen, ‘Pavillon des Dunes’ laat bouwen dat hij vervolgens verhuurde aan twee neven die er een restaurant, café, speelplein en slaapgelegenheid runnen. Het is pas veel later, in 1863 dat Leopold I zijn eerste Koninklijke Paviljoenen opricht. Musin kan dus ook gezien worden als een pionier van het Oostendse kusttoerisme. Wanneer Musin ziet dat zijn idee navolging krijgt, breidt hij het paviljoen uit tot een hotel dat hij dan in 1877 terug verkoopt.
Een paar jaar later wordt het hotel afgebroken om plaats te maken voor het prestigieuze Splendid Hotel dat samen met het Grand Hotel Contintal tot het zogenaamde Société des Palaces d’Ostende behoorde.

Musin was een homme du monde wiens reizen hem in contact brachten met onder meer de later keizer Wilhem I. Die laatste geraakte ook danig in de ban van Musins werk dat hij een reeks van Oostendse marinelandschappen bestelde die vervolgens een plaatsje kregen in het Slot van Potsdam.

Enkele jaren na de dood van zijn vrouw verhuist Musin terug naar Brussel waar zijn schoonfamilie woont. Het is daar in zijn atelier in Sint-Joost-ten-Node dat hij samen met zijn zoon aan een hoog tempo schilderijen maakt. Naast grote interesse vanuit Engeland kwam ook de vorsten van Württenberg en de Perzische sjah bij Musin aankloppen. Een toch wel gekke en leuke gedachte dat Oostendse strandtaferelen tot zover mensen weten te bekoren. Het Prado in Madrid maakte een knieval voor de meester en ook kunstminnend Venetië viel als een blok voor de meester.

Het heeft echter tot 1877 geduurd vooraleer Oostende het eerste schilderij van Musin in haar bezit kreeg. Met als titel, hou u vast ‘Het Strand te De Panne’. Naast schilderijen maakte Musin samen met zijn zoon ook een prentenboek voor kinderen over de Belgische visserij. Een werk dat bol staat van vis-en schelpensoorten.

In zijn eigen Oostende kreeg Musin, hoe kan het ook anders, de Musinzaal van het tweede Kursaal ter beschikking. Op zeven reusachtige doeken heeft hij de cruciale momenten uit het Oostendse verleden geschilderd. Denk bijvoorbeeld maar aan Het Beleg van Oostende door de Spaanse vloot. Aan het begin van de 20ste eeuw moesten de werken tijdens verbouwingen plaats ruimen en kwamen via de vader van Constant Permeke naar het museum in het toenmalige stadhuis. Een brand in 1940 vernielde de werken. In het stadhuis van Blankenberge kan je op vandaag wel nog naar ‘De Zeeslag bij Sluis’ van zijn hand gaan kijken.

Voor wie de ambitie heeft om een Musin in zijn of haar living te hangen nog dit. Weet dat er veel vervalsingen in omloop zijn en dat je op een veiling voor een echte Musin tot wel 10.000 euro of meer mag neertellen.