• Wat te doen

Mijn dagen als Oostendse filmfigurant. Een broekventje tussen zeebonken

Wat te doen |

In 2016 zochten ze figuranten voor een film die zich afspeelt in het Oostendse vissersmilieu, ‘Cargo’. Het vertelt het ruwe verhaal van een familie die uit geldnood in de criminaliteit belandt. De regisseur is dezelfde als deze van de cultserie ‘Bevergem’. Ik wou wel eens weten hoe het draaien van een film verloopt. Het was tegen valavond op een zaterdag begin maart toen ik naar de haven reed voor een eerste draaimoment. Trucker voor één dag. In mijn geleende blauwe overall leek het al wat echter. Wat onwennig stapte ik in mijn te grote, eveneens geleende, veiligheidsschoenen de set op. Twee scènes waarbij ik mee de achtergrond vormde van een schimmige deal. Tijdens het vele wachten, schuilend voor de ijsregen, plots naast acteurs als Josse De Pauw, Wim Willaert, Sebastien Dewaele en Sam Lowyck staan, geestig. Of toch zeker leuk genoeg om een maand later naar een andere draaidag te trekken. Ditmaal figureerde ik als visser. Plaats van afspraak, Hendrik Baelskaai. In een gebouwtje te midden van een huizenrij die inmiddels is afgebroken, moest ik me aanmelden. De dame die instaat voor de kledij van de figuranten, bekijkt me met een enigszins afkeurende blik. Te proper is het algemene oordeel. Elk stuk dat ik bovenhaal wordt zo bestempeld. Dat wordt al zeker geen plek vooraan. Mijn spullen mag ik in het lokaaltje ernaast zetten. Veel wordt me duidelijk. Mannen met snorren en baarden. Hun schoenen hebbenen meer zeemijlen dan mijn laarzen me enige geloofwaardigheid als visser bieden. Hun truien worden niet verkocht als zeemanstruien, maar als truien. De stevig dikke handen begroeten me vriendelijk. Hier sta ik dan, een broekventje dat vissertje komt spelen tussen mannen die het zijn of waren. Ook hier blijken filmopnames een kwestie van veel wachten. Om de tijd te doden wordt er stevig gerookt van de roltabak. Nog voor de middag op café waarbij je eerst door een garage moet. De sterke verhalen die worden met de slok sterker. Ik was wel al eens op de Amandine geweest, maar ‘maritiem erfgoed’ uit de mond van een ex-IJslandvaarder, dat is andere koek. De makers verwerkten één van die anekdotes in al haar puurheid in de film. Het ruwe van Oostende is iets wat mensen van buiten Oostende niet zo goed kennen. Niet alleen bij vissers bestaat het. Dat ongepolijste, dat maakt voor mij deel uit van Oostende. Dat ruwe dat ben je snel vergeten wanneer je de warmte gevoeld hebt van een gemeenschap die dag in café Végé.