• Nostalgie
  • Weetjes

De begindagen van KOERS

Weetjes |

Je zou het bijna vergeten, maar het gebouw op het Polenplein 15 is niet altijd een museum voor wielersport geweest.

Het plein heette in de 16e eeuw nog de Oude Zwijnsmarkt, de Houtmarkt vanaf de volgende eeuw en werd aan het begin van de 20ste eeuw omgedoopt tot de Wapenplaats. In 1902 was het Arsenaal op de toenmalige Wapenplaats af en trokken de Burgerwacht, het Pompierskorps de Militie- en werkrechtersraden er in. Het is dit gebouw dat later het Museum van de Wielersport zou worden.

Het Arsenaal werd ontworpen door Désiré Denys en zijn zoon Hilaire. In de beginjaren deed het dienst als tuighuis voor de brandweer. Tijdens de oorlog kende het gebouw veel gruwel en vernietiging. Het werd toen achtereenvolgens een opslagplaats voor medicijnen voor het Rode Kruis, een opvangplaats voor gekwetste soldaten en vluchtelingen en een Duitse kazerne. Na de herstellingswerken kreeg de brandweer gezelschap van de jongensschool. Het gebouw werd daarna ook nog de thuisbasis van het Rode Kruis, volleybalclub The Jets en in 1962 werd het een stadsmuseum voor Volkskunde en Plaatselijke Geschiedenis.

Pas in 1985 werd beslist om er een museum voor de fiets en wielersport van te maken. Om dit waar te kunnen maken, hadden ze natuurlijk een collectie nodig. Hiervoor werd de fietsenverzameling van de Stockmanshoeve in Sijsele aangekocht. Toch was men pas overtuigd van het succes van dit concept, na twee geslaagde openmonumentendagen. Het stadsbestuur ging over tot de nodige renovaties van het Arsenaal en in 1998 kon het Nationaal Wielermuseum definitief openen.

Leuk toch, om die oude fietsen op de foto te kunnen zien?

Afbeelding © Koersmuseum.be